Radicale solidariteit van Surinaams-Hindostanen voor alle Surinamers
door Fazle Shairmahomed

14-7-2020

Het vraagstuk rondom Surinaams-Hindostaanse representatie in Nederlandse media is nogal een pijnlijk gesprek geworden met weinig nuances, zwakke identiteitspolitiek, en vooral een vertoon van gebrek aan radicale solidariteit. Dit gesprek over representatie van Surinaams-Hindostanen wordt gevoerd in een tijd waarin we allemaal worden gevraagd om dieper te kijken naar anti-zwart racisme, racisme als een systeem, sociaal rechtvaardigheid, gedeelde koloniale geschiedenis, en manieren om radicale solidariteit te bouwen. In plaats van dat Surinaams-Hindostanen reageerden met bewondering en respect voor alle Surinaamse mensen die het voor elkaar hebben gekregen om een benefietavond te organiseren op de Nederlandse televisie (een wit instituut), kwam er een stroom van kritiek los op het gebrek aan representatie van Surinaams-Hindostanen. Het is geen toeval dat dit gebeurt in een tijd waarin Black Lives Matter beweging veel mensen van alle kleuren in de samenleving inspireert om op te komen voor sociaal rechtvaardigheid. Gesprekken rondom diversiteit en inclusiviteit die al langer worden gevoerd, krijgen inmiddels disproportionele vormen waarin mensen in de Surinaams-Hindostaanse gemeenschap zelfs in staat zijn om de Afro-Surinaamse bevolking aan te spreken op hun “verantwoordelijkheid voor inclusiviteit”. Gelukkig zijn er ook meer constructieve visies op representatie en radicale solidariteit, zoals die van Pravini Baboeram-Mahes die erkent dat Surinaams-Hindostanen zelf verantwoordelijkheid hebben voor hun representatie en het gesprek rondom racisme door visies en acties van solidariteit “…de sociale beweging die actief is buiten de mainstream platforms. Die sociale beweging, waarin veel Afro-Surinaamse activisten een belangrijke rol hebben gespeeld, heeft juist ingezet op solidariteit met andere gemeenschappen van kleur, inclusief Hindostanen.”  Maar naast radicale solidariteit is er ook een noodzaak voor diepe zelfreflectie. Is er überhaupt nut in het aanspreken van de Afro-Surinaamse gemeenschap als we niet tot nauwelijks in staat zijn om ook naar onszelf te kunnen kijken?

 

Inclusiviteit of anti-racisme?: wiens verantwoordelijkheid? 

Inclusiviteit is NIET de verantwoordelijkheid van Afro-Surinamers in Nederland, maar van witte mensen en instanties in Nederland, en zo ook van de NPO waar vorige week de benefietavond voor Suriname onder Corona plaatsvond. In de strijd tegen racisme zijn er verschillende strategieën en termen ontwikkeld om witte mensen duidelijk te maken dat er een eind moet komen aan racisme. In dat proces zijn ook veel mensen van kleur zich gaan identificeren met het werk rondom inclusiviteit en diversiteit waar wij bloed, zweet, en tranen in stoppen om bewustzijn en verandering tot stand te brengen. Het is belangrijk om ons te realiseren dat dit een “tool is within the master’s house”. Ras, en institutioneel racisme, zijn tenslotte constructen van de witte man, en niet van mensen van kleur. Inclusiviteit en diversiteit gaan verder dan ras alleen, maar toch zien we vaak dat zowel witte mensen als mensen van kleur blijven staren op ras alleen. Zo ook, in deze discussie, en we reproduceren hiermee ras als een gereedschap. Dat is een groot gemis voor het gesprek rondom inclusiviteit, want blijkbaar waren gender, seksualiteit, en klasse niet relevant genoeg in het gesprek rondom oproepen tot meer inclusiviteit.

Het lijkt me verstandig als we het onderscheid kunnen maken tussen de tools die de witte “master” moet gebruiken in his “own house, to dismantle” het racisme en andere vormen van onderdrukking die hij zelf heeft gecreëerd. En het is de gunst van mensen van kleur om witte medemensen te herinneren aan racisme en inclusiviteit als gereedschap wat zij hebben om daar een eind aan te maken. Mensen van kleur verdienen de erkenning voor een strijd van vijf eeuwen lang duidelijk te maken dat we anti-racisme zijn, maar die taal begreep de kolonist niet, dus kwamen we met termen als inclusiviteit en diversiteit om het draaglijk voor hen te maken. We waren erg gul daarin, maar het is niet ons gereedschap en niet onze verantwoordelijkheid. Het is echter wel onze verantwoordelijkheid om te waken voor het internaliseren van “the master’s tools”. De strijd vraagt vaak zoveel energie van ons dat we geen energie meer over hebben om onszelf te herinneren aan het gereedschap wat wij hebben om huizen te bouwen voor onszelf en voor elkaar. De Surinaamse cultuur kent een gemeenschappelijke cultuur, naast de verschillende sub-culturen die ook bestaan, hebben wij ook een cultuur van gemeenschappelijk verzet. In Nederland zijn we daar nog lang niet, er is geen consensus over, en we zijn nog altijd bezig ons te bewijzen dat we een essentiële bouwsteen zijn van deze samenleving. In dat proces hoop ik dat we ook meer kunnen laten zien en horen van onze gereedschappen zoals de filosofie over dharm (rechtvaardigheid) in het Hindoeïsme, de nafs (ontwikkeling van bewustzijn in “the self”) in de islam, en verering van voorouders en transformatieve kracht in de Winti spiritualiteit.

 

Radicale solidariteit

In de reacties van Amar Soekhlal en Jaswina Bihari Elahi op de benefiet voor Suriname wordt de aandacht in het debat rondom racisme verplaatst naar een oproep tot inclusiviteit van de Afro-Surinaamse bevolking. Jaswina Bihari-Elahi zegt: “Nogal wat Creoolse Surinamers zijn doorgebroken in de media. Je zou denken: ‘Zij weten het beter, zij zijn in staat om de culturele pluriformiteit voor het voetlicht te brengen.’ Maar juist bij deze Surinamers valt op hoezeer zij raciaal en etnisch zijn gebleven.”

Het is voor mij pijnlijk om deze statement te lezen, omdat het een rechtstreekse aanval is op de Afro-Surinaamse bevolking in Nederland, maar vooral omdat hierin niet wordt erkend dat het doorbreken van hen gepaard is gegaan, en nog steeds gepaard gaat met hard werk, tolereren van racisme, pesterijen, uitsluiting, fetishization/objectificatie en seksualisering door witte media instanties. De overleving van Surinaamse mensen in de media is een werkelijk fenomeen, en de strijd van zwarte mensen in het algemeen is een gevecht wat nog dagelijks gevoerd wordt, ook door Jörgen Raymann en Humberto Tan. Ik mis deze gevoeligheid volledig in het gesprek, en de vraag is dan ook: hoe kunnen we kritisch het succes, representatie, en de strijd van Surinamers benaderen zonder dat we raciale stigma’s hoeven te reproduceren. Ik roep alle Surinaams-Hindostanen op die de moed hadden om zoiets respectloos te zeggen, zichzelf af te vragen of ze ook voortdurend de pijn en  de strijd kunnen blijven erkennen van de Afro-Surinaamse bevolking, en zwarte gemeenschap in het algemeen,  ook wanneer ze kritiek uiten over het gebrek aan representatie van Surinaams-Hindostanen.

Het is daarnaast opvallend hoe ervan wordt uitgegaan dat het succes van een gemeenschap van kleur, Surinaams-Hindostanen, niet geworteld kan zijn in het succes van een andere gemeenschap van kleur, Afro-Surinamers in dit geval.. Ik ga liever uit van het principe dat elke persoon van kleur, en elke gemeenschap van kleur die succesvol is in welk terrein van de samenleving dan ook een succes is om een eind te maken aan witte suprematie. De gebrek aan representatie van Surinaams-Hindostanen is een serieus probleem, maar de oplossing of kritiek kan niet liggen in het succes van een ander gemeenschap van kleur. We delen immers de strijd van een en hetzelfde onderdrukkende systeem. Als ik moet gaan eisen van elk persoon van kleur om alle mensen van kleur te representeren in de samenleving, dan ben ik niet gevoelig voor een strijd die ik zelf als persoon van kleur voer. Het kost mij, en zo ook Afro- Surinamers, ongelooflijk veel energie en moeite om dan maar een beetje plek voor jezelf op te eisen en te behouden. Ik ben trots op elke Surinamer die ervoor heeft gevochten om daar tijdens de benefietavond aanwezig te zijn, zowel de mensen die al lang in de mediawereld vechten, als de mensen die er net bij komen kijken.

 

Identiteitspolitiek van Surinaams-Hindostanen: een poging tot zelfreflectie

In de media, en zo ook bij het benefiet voor Suriname op NPO1, een wit Nederlands media-instituut, zien we steeds meer representatie van Surinaamse mensen, en specifiek ook van zwarte mensen en mensen van kleur in het algemeen. Dat is een zeer krachtige ontwikkeling, maar we zijn er lang nog niet, en die strijd is erg vermoeiend voor alle mensen van kleur. Surinaams-Hindostanen zijn op weg, maar ook wij zijn er nog niet. Toch wil ik dit moment ook aangrijpen om aan te geven dat alle drie de Surinaams-Hindostanen van mijn laatste theaterproductie, een dekoloniserend dans ritueel, Anushthan, op televisie hun verhaal hebben verteld: Farah Rahman, Devika Chotoe, en ikzelf, Fazle Shairmahomed. Alle drie zijn we benaderd door Surinaams-Hindostaanse televisiemakers. En alledrie hebben we nogal weinig erkenning en exposure gekregen van de Surinaams-Hindostaanse gemeenschap. Dat stukje erkenning van onze eigen mensen is ook een probleem, en dat zie ik toch zeker anders bij de zwarte Afro-Surinaamse gemeenschap die elkaar meer viert en steunt, ook in mediawereld.

De manier waarop Surinaams-Hindostanen geen representatie konden vinden in een beroemdheid als Jörgen Rayman, die ook Surinaams-Hindostaans bloed heeft, laat ook zien dat wij moeite hebben met het erkennen van ‘drop of Indian blood’ in wie dan ook. Het ras moet het liefst puur blijven, en dat dragen we voortdurend uit. We willen “pure” Surinaams-Hindostanen op T.V. zien en niet gemixte, dan pas voelen we ons gerepresenteerd. Wij hebben voor een heel groot gedeelte in onze geschiedenis ook die mogelijkheid gehad onze illusie van “puurheid” in stand te houden, mede door ideeën over ras en klasse in moederland India, maar ook in moederland Suriname waarin het Nederlandse systeem van ras dominant is, en nu ook weer in Nederland waar nogal weinig ruimte is voor de gemixte Surinaams-Hindostaanse identiteit. Dat Nederlandse systeem van ras vindt etnische puriteit erg belangrijk, en dat zien we dus terug in de manier waarop er beperkt ruimte is voor ‘mixed race identities’ in het algemeen.. Creools zijn is zwart gemixt met wit en misschien nog andere rassen. En daar houdt het een beetje bij op, we houden geen bevolkingstelling in Suriname of Nederland over de gemixte groep tussen andere rassen. Dat is een probleem van het construct ras, het is een illusie, een verbeelding, die we met z’n allen eindeloos blijven reproduceren, en zo ook weer bij het de benefietavond voor Suriname.

In een ander domein in de Nederlandse samenleving, namelijk de politiek, zijn Surinaams-Hindostanen meer zichtbaar, in tegenstelling tot de Afro-Surinaamse bevolking.  Als we het dan toch over wederzijdse inclusiviteit willen hebben, dan vraag ik mij af waar de Surinaams-Hindostanen zijn geweest om Afro-Surinamers te steunen in meer representatie in de politiek. Tegelijkertijd zijn we getuige van hoe zwarte mensen, waaronder verschillende Afro-Surinaamse politici een opkomst aan het maken zijn naar de Nederlandse politiek. In hun verhaal, en de strijd die ze voeren voor representatie hoor ik geen groot geluid waarin Surinaams-Hindostanen worden opgeroepen tot meer inclusiviteit. Dat verbaasd mij niet, omdat de Afro-Surinaamse bevolking beter begrijpt dan Surinaams-Hindostanen dat solidariteit de manier is om verder te komen. Dit is ook de reden waarom Afro-Surinamers breed gerepresenteerd aan tafels zitten waar het gaat om vraagstukken rondom sociaal rechtvaardigheid. De organisatie van Afro-Surinamers is ook niet alleen afhankelijk van hun Surinaamse identiteit, want zij staren in Nederland al veel langer niet dood op enkel hun etnische identiteit, maar op een sterke, en ook politiek zwarte identiteit, in solidariteit met andere mensen van kleur, en zeer actief betrokken in het gesprek rondom dekolonisatie en anti-racisme. Als het gaat over Surinaams-Hindostanen, deel ik de kritiek van Pravini Baboeram-Mahes, wij zitten niet aan die tafels, en mengen ons niet actief in die politiek. De reden is heel eenvoudig voor mij: Surinaams-Hindostanen zijn nog teveel bezig met het reproduceren van hun etnische identiteit, en hebben in het algemeen een gebrek om zichzelf te positioneren als mensen van kleur. Er is nog steeds een ontkenning voor veel Surinaams-Hindostanen dat zij racisme ervaren, en er is nog steeds een narratief van Surinaams-Hindostanen die het gesprek rondom dekolonisatie maar niks vinden, en ook nog steeds een geromantiseerd beeld hebben van de koloniale tijd. Deze politiek is onacceptabel voor zwarte mensen, en ook voor veel zwarte Afro-Surinaamse mensen. En het gebrek aan solidariteit van Surinaams-Hindostanen naar de Afro-Surinamers is een fenomeen die nog steeds snijdt aan alle kanten, en zo ook tijdens de benefietavond voor Suriname. De aantallen in Surinaams-Hindostanen die zich actief mengen in het gesprek rondom onze eigen stigmatisering zal het verschil maken, en daar moeten toch echt wat meer Surinaams-Hindostanen voor gaan opstaan.

Zwarte Afro-Surinaamse mensen die zichzelf gevestigd hebben in de mediawereld doen dat op verschillende fronten, ze wachten niet af, ze eisen, en ze creëren hun eigen tafels. Zo creëerden zij ook maar liefst twee grote tafels afgelopen weekend, als een alternatief rondom het racisme debat. De structuren die zwarte Afro-Surinamers hiermee decennia lang hebben weten te creëren lonen zich op verschillende manieren en werkt door in het gehele landschap van de media. Hoeveel Surinaams-Hindostanen waren betrokken bij het racisme debat? En hoeveel Surinaams-Hindostanen voelden zich geroepen om aan die tafels te treden? Hoeveel Surinamers vonden het noodzakelijk om daar ophef over te creëeren? Op het moment dat bekend is gemaakt dat de benefietavond werd georganiseerd, hoeveel Surinaams-Hindostanen zijn toen zelf naar voren gestapt? De passiviteit van Surinaams-Hindostanen is tekendend, niet alleen voor de benefietavond, maar ook voor het racisme debat, en dat hebben Surinaams-Hindostanen vooral aan zichzelf te danken. We zijn laks in het eisen van tafels, en tonen van solidariteit. Het zijn niet de Afro-Surinamers die het ons misgunnen, maar het is de witte Nederlandse racistische systeem die dit reproduceert, en wij happen toe, en sterker nog, wij reproduceren het racisme naar Afro-Surinamers. Het is geen nieuwe fenomeen, we doen het al langere tijd, ook in Suriname. Het zou Surinaams-Hindostanen sieren als wij onze plek aan de tafel eisen, ook in het racismedebat.

Surinaams-Hindostanen zijn de grootste etnische groep in zowel Suriname als de Surinaamse gemeenschap in Nederland. Dit betekent dat het voortdurend reproduceren van ons Hindostaans zijn bepaalde privileges met zich meebrengt, omdat wij hierin bevestigd zullen worden door het Nederlandse racistische systeem, en toegang kunnen krijgen tot kanalen die Nederland voor specifiek Surinaams-Hindostanen heeft gecreëerd. Surinaams-Hindostaanse politici hebben decennia lang bijgedragen om dit verder te institutionaliseren, en de Afro-Surinaamse bevolking was allang op weg om niet op die manier verder geïnstitutionaliseerd te raken. Zij eisden tafels, en subsidies, om hun zwarte politieke identiteit verder vorm te geven, en daarin worden ze tot de dag van vandaag in tegengewerkt. Maar het organiseren buiten de bestaande structuren loont zich op verschillende manieren. Daar kunnen Surinaams-Hindostanen een voorbeeld aan nemen, en vanuit solidariteit aanschuiven aan die tafels, zonder een noodzaak om voortdurende de etnische identiteit te reproduceren in relatie tot de zwarte medemens om onze erkenning te verkrijgen.

In ons taalgebruik zijn we ook opvallend hoe wij onze eigen positie binnen de Surinaamse gemeenschap voortdurend proberen bewaken als Hindostanen. Jaswina Bihari-Elahi beschrijft in haar eigen reactie op de benefietavond voor Suriname zelf hoe zij te maken heeft met het positioneren van haarzelf als Surinamer, waar vaak in naar voren komt dat de witte Nederlander gebrek aan historische en culturele kennis heeft over Suriname. Dit is geen verassing. Surinaams-Hindostanen positioneren zich in Nederland dan ook vaak simpelweg als Hindostanen, en voelen niet de noodzaak om te vertellen dat ze Surinaams-Hindostaans zijn. Wij hebben decennia lang al het gesprek of het Hindostanen moet zijn of Hindoestanen, zodat we inclusief kunnen zijn naar zowel hindoes als moslims, christenen, andersgelovigen, atheisten, en agnosten.  Wij dragen dus zelf vaak bij, ook in ons taalgebruik over onszelf, in het verwijderen van onze Surinaamse identiteit. Het is een voorbeeld van internalized racism, en laat zien dat de macht van racisme op zoveel verschillende fronten doorwerkt. Ter vergelijking met de Afro-Surinaamse bevolking in Nederland, hebben zij ook veel meer strategieën rondom identiteitspolitiek, terwijl wij Surinaams-Hindostanen nog steeds gefascineerd zijn door slechts onze Hindostaanse identiteit, hebben Afro-Surinaamse mensen zich weten te identificeren als Creools, Zwart, Afropean, en Afro-Nederlanders. Recentelijk ontstond er een discussie onder een jonge frisse generatie die nu in Nederland wel degelijk bezig is om voorbij de ouderwetse identiteitspolitiek te gaan , en identificeren ons nu ook als Indo-Caribbeans, vragen ons af wat South Asian identiteit voor ons betekent, stellen ter discussie of de term Hindostaan wel de werkelijke etnische diversiteit van gedwongen arbeidsmigranten vanuit India naar Suriname representeert, en ook stellen wij onszelf de vraag of wij ons positioneren als zwart of mensen van kleur. Wake up Surinaams-Hindostanen, stap uit jullie bubbel, en verken de wereld vanuit een noodzaak voor solidariteit.